BARGER OOSTERVELD - In onderstaand artikel leest u over de jeugdgerichtheid binnen Emmense voetbalverenigingen. Het artikel is geschreven door Arno Stevens, student HBO Sport & Bewegen, Calo, Windesheim te Zwolle.
Hoe jeugdgericht is jouw voetbalvereniging?
De jeugdafdeling van een voetbalvereniging is een belangrijk onderdeel van de vereniging. Vaak is het motto “Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst!” Clubs besteden traditioneel veel aandacht aan de werving van nieuwe jeugdleden. Minder aandacht is er voor het behoud van de huidige jeugdleden. Het bevorderen van jeugdgerichtheid en jeugdsport-participatie wordt als hét middel gezien om de uitstroom van oudere jeugdleden tegen te gaan. Hoe is de jeugdgerichtheid bij een voetbalvereniging te meten en op welke manier is de jeugdgerichtheid te verhogen om zo tot een kwalitatief betere jeugdafdeling te komen? Bij een aantal voetbalverenigingen binnen de gemeente Emmen is hier onderzoek naar gedaan.
Inleiding
Binnen de gemeente Emmen is sport een belangrijk onderdeel van de aantrekkelijke woon- en beleefomgeving en de sportvereniging speelt hier een grote rol in. Van deze sportverenigingen bestaat het grootste gedeelte uit voetbalverenigingen. De gemeente Emmen herbergt 27 amateur voetbalverenigingen waarvan 23 verenigingen een jeugdafdeling hebben. Deze verenigingen willen graag meer aandacht geven aan de jeugdafdeling met behulp van de gemeente Emmen, om zo de jeugdgerichtheid te verhogen. Om hiertoe te komen is het zaak eerst inzichtelijk te krijgen hoe de huidige situatie is om aan de hand van die gegevens te werken aan de jeugdgerichtheid.
Quickscan J-score
Hét instrument om de jeugdgerichtheid binnen de sportvereniging te meten is de Quickscan J-score voor sportverenigingen. Dit is een onderzoeksinstrument van het Nederlands Instituut Sport en Bewegen (NISB), ontwikkeld door de Stichting Jeugd in Beweging te Arnhem. De Quickscan J-score bestaat uit een vragenlijst om te bepalen hoe toegankelijk en aantrekkelijk de vereniging is voor haar jeugdleden. De vragen zijn ondervedeeld in vier blokken van elk tien vragen over de volgende onderwerpen:
o Organisatie en structuur
o Cultuur en sfeer
o Trainingen en wedstrijden
o Nevenactiviteiten
Elk antwoord op de verschillende vragen levert punten op tussen 1 en 5. De totale score van de Quickscan J-score laat zien hoe ‘jeugdgericht’ de vereniging is. De totaalscore is gekoppeld aan een ‘jeugdige’ uitdrukking tussen ‘dufste vereniging’ en ‘vetste vereniging’.
Door middel van dit instrument krijg je meer inzicht in het funcioneren van de jeugdafdeling van de voetbalverenigingen. Om de mening van de jeugd zelf te toetsen kan deze scan prima worden ingevuld door de oudere categorie jeugdleden. Om daarnaast ook enkele kaderleden per vereniging deze scan te laten maken kan een beeld geschetst worden over de jeugdgerichtheid van de vereniging volgens het jeugdlid en het kaderlid.
Resultaten jeugdgerichtheid
Om de jeugdgerichtheid van de voetbalverenigingen in de gemeente Emmen te meten is gebruik gemaakt van de Quickscan J-score voor sportverenigingen. Bij 8 verenigingen hebben jeugdleden en kaderleden de vragenlijst ingevuld om een beeld te vormen van de ‘jeugdgerichtheid’ van deze verenigingen. De 8 verenigingen zijn onderverdeeld in 2 verenigingen met minder dan 350 leden, vier verenigingen met 351 tot 550 leden en 2 verenigingen met meer dan 551 leden. Opvallend zijn de overeenkomstige uitkomsten tussen alle verenigingen. Ook het verschil in mening tussen kaderleden en jeugdleden zelf is erg klein. De voetbalverenigingen in de gemeente Emmen bestaan volgens de resultaten van de Quickscan J-score uit ‘vette verenigingen’. De uitspraak die hierbij hoort is: Jongeren? Natuurlijk. Ze horen erbij. Probeer het zo leuk mogelijk voor ze te maken… Dit resultaat zal bij de meeste voetbalverenigingen herkenbaar zijn, ook buiten de gemeente Emmen.
SVBO scoort hoog!
Voetbalvereniging SVBO scoort volgens de de eigen jeugdleden verreweg het hoogste van de verenigingen en dat op alle onderdelen (organisatie & structuur, cultuur & sfeer, trainingen & wedstrijden en nevenactiviteiten). Ook volgens het kader scoort SVBO het hoogst op organisatie & structuur en cultuur & sfeer. Een gedeelde tweede plek neemt SVBO volgens het kader in als het gaat om trainingen & wedstrijden. Bij SVBO wordt volgens het kader veel rekening gehouden met de mening en ideeën van de jeugdleden. Opvallend bij SVBO is dat het kader vindt dat voor alle jeugdleden in de verschillende leeftijdscategorieën hetzelfde aantal nevenactiviteiten wordt georganiseerd terwijl de jeugd daar anders over denkt. In zijn algemeenheid wordt het jeugdplan niet jaarlijks geëvalueerd en geactualiseerd. Positieve uitzondering hierop vormen twee gemiddeld grote verenigingen (SVBO en sv. Twedo) en één grote vereniging (sc. Erica) waar wel volgens een beleidsplan wordt gewerkt. Deze drie verenigingen hebben ook een heldere en duidelijke organisatiestructuur die bij de overige verenigingen ontbreekt.
Inbreng jongeren
Een opvallende uitkomst uit het onderzoek is de matige inbreng van de jongeren. De actieve betrokkenheid van de jongeren bij de voetbalverenigingen is erg laag. Jongeren gaan naar de vereniging om er hun wedstrijdje te voetballen en de trainingen te volgen en daar blijft het vaak bij. De verenigingen beschikken wel over een actief jeugdbestuur of een jeugdcommissie maar daar zitten geen jongeren in. Hierdoor krijgen jongeren niet of nauwelijks de kans om mee te beslissen over zaken die hen aangaan en telt de mening van jonge leden minder zwaar dan die van oudere leden. Ook in andere commissies zoals een activiteitencommissie of toernooicommissie zijn geen jongeren actief waardoor hun inbreng nihil is. Naast de commissies zijn er weinig jongeren in de vereniging actief als scheidsrechter, (hulp)trainer of (bege)leider. Op trainingsgebied hebben jongeren ook geen inbreng. Jeugdleden hebben geen zeggenschap over de training en worden niet gevraagd wat ze van de trainingen vinden. Over de inbreng van jongeren kan duidelijk geconcludeerd worden dat deze nihil is.
Faciliteiten en activiteiten
Op veel verenigingen zijn faciliteiten aanwezig die voor de jeugd bestemd zijn. In de kantine zijn voorzieningen aanwezig als een tafeltennistafel, een dartbord etc. De jeugd heeft echter geen inbreng en betrokkenheid bij de keuze van deze voorzieningen. Verenigingen hebben ook geen speciale ‘jeugduren’ in de kantine waarbij de jeugd hun eigen muziek mag draaien in de kantine. Het clubblad wordt gezien als een ‘voorziening’ voor alle leden, dus ook de jeugdleden, maar vaak blijkt dat het clubblad niet aantrekkelijk is voor de jeugdleden. Conclusie is dat de verenigingen geen speciale faciliteiten aanbiedt voor de jeugdleden. Wel worden jaarlijks een aantal nevenactiviteiten georganiseerd speciaal voor jeugdleden. Voor de jongste jeugd wordt meer georganiseerd dan voor oudere leden maar het activiteitenprogramma is niet erg gevarieerd. Er is een meer gevarieerd activiteitenprogramma bij gemiddeld grote en grote verenigingen dan bij kleinere verenigingen. Bij het samenstellen van activiteitenprogramma’s wordt de jeugd niet zelf betrokken en aan jeugdleden wordt niet gevraagd wat zij van de georganiseerde activiteiten vinden. Jongeren helpen ook weinig mee bij de organisatie en uitvoering van nevenactiviteiten waaruit wederom blijkt dat de inbreng van jeugdleden erg laag is. Alleen bij activiteiten voor de jongste jeugd, zoals een spellenmiddag, wordt de oudste jeugd gevraagd om mee te helpen.
Verbetering jeugdgerichtheid
Op veel verenigingen wordt er wel aandacht aan de jeugd geschonken maar is de jeugdgerichtheid niet optimaal. De jeugdafdeling is, zoals hierboven valt te lezen, voor de jeugd maar over het algemeen niet door de jeugd. Om de jeugdgerichtheid te verbeteren is het belangrijk om de jeugd bij de vereniging te betrekken. Door een jongerencommissie in het leven te roepen, kunnen jongeren zelf activiteiten organiseren. Ook kunnen ze zelf inbreng hebben in de keuze van faciliteiten in de kantine en op vaste momenten hun eigen ‘jeugduren’ te hebben in de kantine.
Samenwerking vereniging en gemeeente
Het is voor de gemeente een uitdaging om samen te werken met de verenigingen om zo de jeugdgerichtheid te verhogen. Eerste opstart hiervoor is om een werkgroep samen te stellen met een vertegenwoordiger van de afdeling sport van een gemeente en enkele afgevaardigden van de voetbalverenigingen. Door jaarlijks een aantal maal bij elkaar te komen om relevante zaken te bespreken vanuit de jeugdafdeling van de voetbalverenigingen, kan men met elkaar tot goede ideeën komen. Op deze manier kan de jeugdgerichtheid van de verenigingen niet alleen sterker worden, maar wordt het contact tussen de voetbalverenigingen en de gemeente én de voetbalverenigingen onderling ook versterkt. Om de jeugdgerichtheid bij de voetbalvereniging te verhogen is het zaak om de jeugd de aandacht te geven die het verdient. Immers, een jeugdlid is net zoveel lid van een voetbalvereniging als een seniorlid. En, wie de jeugd houdt, heeft de toekomst!!
Reactie Theo Ploeg, voorzitter SVBO
Als voorzitter ben ik uiteraard bijzonder content met de uitslag van dit onderzoek. Mijn dank gaat met name uit naar onze jeugdcoördinator Berend Keuter en onze trainers en begeleiders, die samen met veel bezieling, enthousiasme en professionalisme keihard werken om ons jeugdbeleid zo optimaal mogelijk in te richten en vorm te geven. De eindconclusie van de onderzoeker ‘wie de jeugd houdt, heeft de toekomst!!” deel ik volledig, we zullen als club ook wel moeten. Vele (voetbal)verenigingen immers hebben te maken met een over het algemeen, met respect, sterk vergrijsd kader. Alleen daarom al stimuleren wij onze jeugdleden om zich naast het voetbal ook nadrukkelijk bezig te houden met één van de vele taken die op een club afkomt. Het vrijwilligerswerk is essentieel voor elke club. In een samenleving die tegenwoordig vooral lijkt te draaien om geld, macht en oppervlakkigheid is vrijwilligerswerk beslist geen vanzelfsprekendheid. Mensen hebben het nu druk met van alles en nog wat, op zich is dat ook logisch en legitiem want het is anno 2006 ook een hele andere wereld dan “vroeger” en “men” vindt het in toenemende mate normaal om voor bewezen diensten geld te vragen. Maar realiseer je je dan ook dat een vereniging dat niet of nauwelijks meer kan opbrengen. Daarom is iedereen die zich voor onze vereniging op welke manier dan ook belangeloos inzet belangrijk, ook al is sprake van een kleine taakinvulling. Alle vrijwilligers samen maken de club! Door de jeugd meer en meer hierbij te betrekken houden we ze van de straat en en geven we hen een zinvolle, leerzame bezigheid. Naast het prestatiegerichte en recreatieve karakter van onze voetbalvereniging is ‘de club’ immers vooral ook een sociaal gebeuren. Conform onze doelstelling willen we ons 1e elftal op langere termijn laten bestaan uit een selectie die zoveel mogelijk is samengesteld uit jongens voortkomende uit de eigen jeugdopleiding, herkenbaar met een zogeheten Barger Oostervelds gezicht. Natuurlijk zullen wij voor bepaalde posities externe jongens aantrekken als wij die zelf niet in huis hebben, daar ontkom je soms niet aan. Maar de nadruk ligt op de eigen jeugd, die willen we binden aan de club. We hebben ze ook genoeg te bieden. Naast ons beleid dat sterk gericht is op doorstroming van de eigen jeugd heeft dat ook een financiële reden, dat zal helder zijn. De missie van SVBO luidt: “Met passie hogerop!” Die missie betekent dat het toch altijd beter kan, dat geldt dus ook voor onze jeugdgerichtheid. Daarom ben ik erg blij met de aanbevelingen (lees: verbeterpunten) uit dit onderzoek, het reikt ons een aantal mogelijkheden aan om onze vereniging nog ‘jeugdvriendelijker’ te maken. Tenslotte hoop ik dat dit onderzoek voor alle voetbalverenigingen in onze Zuidoosthoek aanleiding geeft om op dit vlak samen met elkaar en met de gemeente Emmen het fenomeen jeugdopleiding verder te stimuleren.